Hogere pensioenleeftijd niet nodig voor beteugeling AOW-uitgaven
Het voornemen van het nieuwe kabinet om de AOW-leeftijd vanaf 2033 versneld te verhogen (D66 et al., 2026) heeft veel weerstand opgeroepen. Vakbond FNV noemde de verhoging “onnodig, oneerlijk en onacceptabel” (FNV, 2026). De vakbonden zien de verhoging als contractbreuk, omdat in het pensioenakkoord van 2019 was afgesproken om de AOW-leeftijd acht maanden te verhogen als de levensverwachting met een jaar stijgt. Het kabinet wilde daar nu een een-op-eenkoppeling van maken.
Hoewel de Minister-President inmiddels aan de Eerste Kamer heeft toegezegd dat het kabinet afziet van de versnelde verhoging, zoekt het nog wel naar ‘alternatieve routes’ om te voorkomen dat de uitgaven aan de AOW als gevolg van de vergrijzing fors oplopen (Eerste Kamer, 2026; Vijlbrief, 2026). Het Centraal Planbureau voorspelde vorig jaar dat de kosten van de AOW-uitkeringen zullen stijgen van 4,7 procent van het bbp in 2025 naar 5,7 procent in 2040 (CPB, 2025). Het kabinet hoopt hiermee structureel 2,77 miljard euro te besparen (iets meer dan 0,2 procent bbp).
[....]